In mijn vorige artikel, “Brein áltijd aan? Wat hooggevoeligheid nu écht is”, hebben we gekeken naar de biologische werking van het hoogsensitieve brein.
Omdat de natuurlijke filter ontbreekt, zuig je sferen, geluiden en emoties op als een spons.
Dat verklaart waarom je aan het einde van een werkdag of verjaardag zo compleet leeggezogen kunt zijn.
Maar hoe voorkom je dat je batterij constant leegloopt?
Het antwoord is even simpel als ingewikkeld: grenzen stellen.
Volgens de gedeelde praktijkervaringen van tientallen psychologen en HSP-coaches is dat voor een hoogsensitief persoon de allergrootste valkuil.
Door een hoge activiteit in je spiegelneuronen voel je de behoeften van een ander zo haarscherp aan, dat je ze onbewust belangrijker maakt dan die van jezelf.
Je bent bang om de ander teleur te stellen, of je bent bang dat mensen je egoïstisch of ‘onbeholpen’ vinden.
Gelukkig is begrenzen geen vaste karaktereigenschap, maar een vaardigheid die je simpelweg kunt trainen.
Aan de hand van de beste inzichten uit de HSP-literatuur vind je hieronder een nuchter, concreet stappenplan om direct toe te passen.
Wacht nooit met het trekken van een grens tot je volledig instort.
Dan ben je namelijk al veel te laat.
Als een HSP overprikkeld raakt, verliezen de hersenen het vermogen om rustig informatie te filteren.
Je systeem raakt overbelast en geeft duidelijke waarschuwingssignalen af. Dit gebeurt via je lijf, maar minstens zo sterk via je geest.
Het lichaam reageert vaak als eerste met subtiele waarschuwingssignalen die aangeven dat je grens bereikt is:
• Een plotselinge, lichte druk op je borst of een brok in je keel.
• Het onbewust vastzetten van je kaken of het strak optrekken van je schouders.
• Een plotseling gevoel van acute vermoeidheid of een zware, onrustige maag.
De psychologische database van Hoogsensitief.NL en Psychologie Magazine laat zien dat je geest heel specifieke signalen afgeeft wanneer je cognitieve en emotionele filter verzadigd raakt:
Je hoofd voelt letterlijk overvol.
Je kunt niet meer helder nadenken, bent vergeetachtig en het maken van simpele beslissingen (zoals: wat eten we vanavond?) kost ineens gigantisch veel moeite.
Je merkt dat je sneller kribbig of snauwerig reageert op de mensen die het dichtst bij je staan, simpelweg omdat je brein geen extra input meer kan verdragen.
Je gedachten schieten in een overdrive.
Je gaat situaties eindeloos heranalyseren, krijgt last van intense zelfkritiek en projecteert doemscenario’s op de toekomst.
“Ik kijk er vanavond thuis even rustig naar en laat je morgen weten of het lukt.”
“Ik moet mijn planning voor deze week even controleren op mijn energie, ik kom er later vandaag op terug.”
“Ik red het simpelweg niet om erbij te zijn, ik heb die avond echt even nodig om bij te tanken.”
Zeg het, en houd daarna bewust je mond.
Je hoeft de daaropvolgende stilte niet op te vullen met excuses.
“Ik merk dat ik na deze werkweek te moe ben voor een druk restaurant, maar ik vind het wel heel gezellig als we zaterdagochtend samen ergens een kop koffie drinken of een wandeling maken.”